Digibeten die recht spreken



De laatste tijd doen zich ontwikkelingen voor in de juridische wereld die op zijn minst apart te noemen zijn. Het zijn er teveel om (nu) te behandelen. Maar één recent voorbeeld daarvan wil ik toch even bespreken.

Vorige week donderdag kwam ik dit bericht tegen op de site van NOS:

Ontslag na scheldpartij Facebook

Klik op de afbeelding om het bericht te lezen

In de juridische wereld bestaan veel termen waar geen absolute definitie voor bestaat en in die gevallen moet de rechter dan beslissen wat in die specifieke zaak wordt gezien als de definitie van die term. Een aantal voorbeelden van die termen zijn: redelijkheid, billijkheid, nalatigheid, algemeen belang, rechtvaardigheid, onevenredig belastend en sinds kort ook het begrip privédomein.

De rechter(mr. W.H. van Empel) geeft o.a. aan dat de werknemer ontslagen mag worden, omdat de werknemer zat te schelden op zijn facebook pagina over zijn werkgever. Wat je daar van vindt kan verschillen van persoon tot persoon. Belangrijker in juridische zin is de motivatie die achter uitspraken ligt. De rechter vindt namelijk dat berichten tot het publieke domein horen als „anderen kennis kunnen nemen van het bericht in kwestie”.

Nu weet ik niet onder welke steen de beste man heeft geleefd de afgelopen eeuw, maar volgens zijn beredenering behoren gesprekken in de woonkamer, smsjes, mailtjes en krabbeltjes op een stukje papier ook tot het publieke domein. Immers kunnen anderen ook kennis nemen van al die berichten in kwestie. Kortom, alle manieren van communiceren behoren tot het publieke domein, want alles kan doorgeluld of doorgestuurd worden.

Met die beredenering besloot ik de uitspraak (die je HIER kunt vinden) eens goed te bekijken. Het is namelijk overduidelijk dat de beste man expert is op het gebied van social media en absoluut niet wereldvreemd is! Als je die uitspraak dan doorneemt, dan kom je erachter dat een ander argument die de rechter aandraagt het volgende is: „Zo hebben ook anderen van de uitlating van [werknemer] kennis kunnen nemen. [werknemer] miskent bovendien dat met het plaatsen van het bericht op Facebook er het risico van re-tweten is…”

Niet alleen is het woord re-tweeten verkeerd gespeld (wat al aangeeft dat de rechter geen flauw idee heeft van wat het inhoudt), daarnaast is de re-tweet functie iets wat niet tot de functies van facebook hoort! Ik heb het tenminste nergens kunnen vinden en áls het al het bestaan, dan had men er nog niets aan. De meeste mensen hebben namelijk de inhoud van hun facebook pagina afgeschermd voor iedereen die niet tot hun vrienden behoort, dus als je op de link in de tweet had geklikt dan kreeg je nog niets te zien. Saillant detail is trouwens, dat als je je facebook pagina niet afgeschermd hebt, de inhoud daarvan niet te vinden is via Google. Dus in geen geval kun je echt spreken van een openbare publicatie.

Los van wat je vindt van de uitspraken van de werknemer, kun je stellen dat deze rechter zijn uitspraak simpelweg op onjuistheden baseert. Helaas komt dit vaker voor, vooral in zaken die betrekking hebben op dit soort „nieuwe technologie”. De rechters zijn simpelweg te oud en te star om hier goede uitspraken over te doen. Voor de desbetreffende werknemer is het heel zuur. In dit soort zaken, waarin de rechter gevraagd wordt om een arbeidsovereenkomst te ontbinden, zijn er verder geen mogelijkheden om in hoger beroep te gaan. Daarmee heeft elke werkgever munitie gekregen, ze hoeven alleen maar profielen van werknemers te doorzoeken zodat ze iemand kunnen ontslaan. Immers klagen we allemaal wel eens over onze werkgever, of dat nu door middel van scheldwoorden is of op een beschaafdere manier.

Helaas valt me op dat dit een trend begint te worden, zo kreeg ik gisteren, van een van mijn volgers op twitter, dit(KLIK) artikel te zien. Weliswaar zit deze zaak iets anders in elkaar en speelt dit zich af in Engeland, maar het laat wel zien dat dit een trend begint te worden.

De les is dus, dat je je niet al te sterk moet uitdrukken over je werkgever op internet. Als je het al doet, zorg er dan voor dat je profielen afgeschermd zijn en kijk uit welke „vrienden” je toegang geeft. Facebook heeft een functie om mensen in groepen in te delen (familie, collega’s, kennissen etc.) en op basis van groepen de zichtbaarheid van je berichten in te stellen. Verder is het verstandig een goede advocaat in de arm te nemen als dit je alsnog overkomt, eentje die het gebrek aan kennis van de rechter goed in het zicht kan brengen.

Heb jij ervaring met berichtjes op het internet over je werkgever of over je studie die nadelige consequenties hadden? Laat het me dan hieronder weten.

Tot slot is het natuurlijk erg slim om je op te geven voor mijn nieuwsbrief. Als je HIER klikt dan krijg je s’ochtends een mailtje als ik weer iets nieuws geschreven heb.

 


Je kunt eventuele reacties volgen door middel van de RSS 2.0 feed. Zowel de reacties als pingen zijn momenteel gesloten.
2 Reacties
  1. Eli zegt:

    Zou het ook een idee zijn om rechters specifiek op te leiden in de nieuwe communicatiemiddelen? We doen dat wel met advocaten? De rechter krijgt informatie aangeleverd via advocaten, maar dat is blijkbaar niet altijd voldoende. Het begint een niche te worden die blijkbaar niet elke rechter volledig kan begrijpen/volgen.

    • Lastminuteguy zegt:

      Bijscholing van rechters zou inderdaad een oplossing zijn. Daarnaast zijn er nog een tweetal problemen:

      Enerzijds doen rechters te weinig zelf onderzoek, ze hebben hier geen tijd voor of nemen hier het initiatief niet voor. Dit fenomeen is rechtsgebied overstijgen en komt dus structureel voor in allerlei zaken. Concreet houdt dit in dat de rechter enkel gebruik maakt van de informatie die door de partijen ingebracht wordt en zelf niet het initiatief neemt om te kijken of het om juiste informatie gaat.

      Anderzijds is er een probleem aanwezig die specifiek geldt voor dit soort zaken (ontbindingsprocedures); Ontbindingsprocedures moeten snel afgehandeld worden, dit om er voor te zorgen dat partijen in een korte tijdsbestek weten waar ze aan toe zijn. Het gaat er in principe om dat de verzoekende partij (meestal de werkgever) aannemelijk maakt dat de feiten en omstandigheden zijn zoals ze worden gesteld. De kantonrechter zal zeer terughoudend zijn om in een ontbindingsprocedure, door middel van bijvoorbeeld het horen van getuigen, een uitgebreid onderzoek naar de feitelijke gang van zaken te doen. Daarnaast geldt er een zogenaamd appélverbod (verbod op hoger beroep).
      Je begrijpt dat deze zaken daardoor erg gevoelig zijn voor fouten en het feit dat er geen mogelijkheid is tot hoger beroep zorgt ervoor dat de uitspraak tevens ook jurisprudentie wordt, dus gebruikt kan worden in andere zaken.

      De enige uitzonderingen op basis waarvan je tóch in hoger beroep kunt zijn als de rechter:

      1. de ontbindingsprocedure niet had mogen toepassen (maw als de rechter niet bevoegd was);
      2. de ontbindingsprocedure ten onrechte niet heeft toegepast (maw de rechter was wel bevoegd, maar zei dat hij dat niet was) ;
      3. zulke fundamentele rechtsbeginselen heeft geschonden dat van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak niet kan worden gesproken.

      Die laatste is interessant, want als de rechter uitgaat van een verkeerde voorstelling van zaken bij zijn beslissing dan zou die van toepassing zijn. Mits beide partijen erover eens zijn dat de rechter uitgaat van een verkeerde voorstelling van zaken. Ik hoef jou niet te vertellen dat dat vrijwel nooit voorkomt, immers is er (bijna) altijd één partij gebaat bij de beslissing van de rechter.

      Al met al is er dus een hoop op te merken over dit soort zaken. Voorlopig zou een gang naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens een goede stap zijn, alleen heb je daar wel diepe zakken en een lange adem voor nodig.